VOEDERPROEF

Voederproef

Ragnar-voedergras zorgt voor hoogste melkopbrengst
Door Tomas Andersson, productontwikkelaar bij Notfor

Kuilgras is de belangrijkste structuurbron in het rantsoen van melkkoeien. Het Viken Cattle Center voltooide onlangs een voederproef waarbij het belang van de verschillende structuursamenstellingen en hun effect op de melkproductie werd gemeten. Het voeren van structuur van hoge kwaliteit biedt een enorm potentieel.

Ragnar, Grindstad en Helmer

In de proef werden zuivere partijen van de timotheerassen RAGNAR en GRINDSTAD en Engels raaigras HELMER getest. Het doel van de proef washet vergelijken van verschillende structuurkwaliteit (Ragnar/Grandstad) bij een gelijk structuurgehalte en een gelijke structuurkwaliteit met een verschillende structuurgehalte (Ragnar/Helmer). Om de nauwkeurigheid van de studie te garanderen, werden tevens twee verschillende oogstperiodes en verschillende hoeveelheden structuur in het voederprogramma getest. Acht groepen koeien kregen in totaal 20 verschillende voederschemas over een totaal van 18 weken. Op de koeien werden zes verschillende voederschema’s toegepast. Hierdoor konden individuele verschillen worden verwaarloosd. Doorgaans kunnen voederproeven van dit type alleen worden gehouden op universiteiten en in onderzoekscentra. Dankzij aanzienlijke investeringen in het Viken Cattle Center heeft Lantmännen ook de mogelijkheden en middelen daartoe. De proef bevestigt grotendeels de reeds eerder bekende verbanden. Een latere oogst betekent meestal een lagere melkopbrengst en een hoger vetgehalte in de melk. Volgens dezelfde logica levert een hoger structuuraandeel in het voederschema een iets lagere hoeveelheid melk en een iets hoger vetgehalte op. Deze algemene regel is echter niet van toepassingen op alle grassoorten en rassen. De proef toonde aan dat Ragnar de grote uitzondering op de regel is. Ragnar heeft een uitzonderlijk hoog niveau van structuurverteerbaarheid in vergelijking met zijn structuurgehalte. De hypothese voor de proef was dat Ragnar een hogere melkopbrengst zou opleveren, terwijl het vetgehalte van de melk zou behouden blijven. De proef bevestigt de hypothese, maar de resultaten werden vooral bevestigd wanneer het voederschema een hoog structuurgehalte bevatte. De groei-eigenschappen, het rendement en de concurrentie van verschillende grassoorten en rassen, gekoppeld aan hun voedingswaarde, vormen de basis voor het bepaling van de juiste samenstelling van het weidemengsel voor uw omstandigheden. Het is geen toeval dat Lantmännen en Lantmännen SW Seed Ragnar ontwikkelden. Wij zullen verschillende sterke rassen ten behoeve van de Zweedse melk- en vleesproductie blijven ontwikkelen.

SW Seed investeert in verschillende rassen 

Ragnar werd in 1995 na 10 lange ontwikkelingsjaren beschermd door het Kwekersrecht. Het ras kwam in het voorjaar van 2002 op de markt, in de klaver- en graszaadmengsels van SW Seed.

Het ras is ontwikkeld als een Alexander-type. Dit betekent dat het een betere hergroeicapaciteit heeft dan voorgaande variëteiten. Zo is de variëteit beter geschikt voor een 3 oogsten-systeem onder de Zweedse omstandigheden. Het kwaliteitsniveau is opvallend in vergelijking met andere rassen in dezelfde ontwikkelingsfase. Het ras heeft meer blad en minder stengels dan bijvoorbeeld Grindstad, wat bijdraagt tot een hogere energiewaarde. Er zijn waarschijnlijk meer kwalitatieve verschillen zoals op het niveau van de structuur, wat bijdraagt tot de verbeterde melkopbrengst zoals in het Viken-experiment.

Efficiënter telen

In de toekomst verwacht SW Seed verschillende varianten op het RAGNAR-kwaliteitstype te ontwikkelen. Omdat voedergras in Zweden zo’n belangrijke gewas is, is de verbeterde kwaliteit zeer belangrijk voor de Zweedse melkproductie. We hebben een unieke combinatie van teelmethodes ontwikkeld die naast een snellere teelt ook betere vooruitzichten bieden op de productie van verschillende soorten variëteiten. Daarom mogen de telers binnen enkele jaren nieuwe variëteiten verwachten met de hoge kwaliteit en het hoger rendement van RAGNAR, aldus Christer Persson, grassenkweker bij Lantmännen SW Seed.

Er kan zelfs behoefte zijn aan andere soorten voedergras, zoals vroege variëteiten met een sterke hergroeicapaciteit. Dankzij onze nieuwe methodes kunnen wij ook aan deze behoefte voldoen,” aldus Persson.